Toxoplasma en de kat

DE KAT SPEELT EEN CENTRALE ROL IN DE VERSPREIDING VAN TOXOPLASMA. DE ROL VAN DE KAT ALS DIRECTE BESMETTINGSBRON VOOR DE MENS IS ECHTER VERWAARLOOSBAAR!DEZE OP HET OOG VREEMDE TEGENSTELLING LEIDT TOT ONNODIGE MISVERSTANDEN TEN KOSTE VAN DE KAT.DOEL VAN DIT OVERZICHTSARTIKEL IS DUIDELIJKHEID SCHEPPEN OVER WAAR DE WERKELIJKE RISICO’S LIGGEN VAN BESMETTING VAN DE MENS.

Een parasiet is net als de meeste andere dieren niet direct volwassen. Zoals een mens begint als baby en via peuter, kleuter en puber uiteindelijk volwassen wordt, zo moet ook een parasiet diverse stadia doorlopen voordat ie volwassen wordt en zich kan voortplanten.

dierenkliniek dennenoord toxoplasma gondii
Schematische tekening van Toxoplasma, een 1-cellige parasiet.

Een mens groeit gewoonlijk op in hetzelfde gezin in dezelfde woning. Sommige parasieten, zoals bv de spoelworm, doen dat ook: Als eitje komt ie het lichaam binnen en z’n hele jeugd en volwassen leven brengt ie ergens door in hetzelfde lichaam.
Het dier/mens waar een parasiet een deel of z’n gehele leven in doorbrengt noemen we de GASTHEER.

dierenkliniek dennenoord toxoplasma in spierwqeefsel
Toxoplasma in spierweefsel

Andere parasieten "verhuizen" in de loop van hun ontwikkeling diverse keren: Bijna altijd verstoppen ze zich dan in een prooidier dat door een roofdier opgegeten wordt. Samen met de prooi wordt ook het parasietje opgegeten, dat zich in de nieuwe gastheer vestigt en daar verder ontwikkelt.
Het dier waar de parasiet woont en leeft voordat ie volwassen is heet de "tussengastheer", het dier waar de parasiet volwassen wordt en zich gaat voortplanten heet de "eindgastheer".

Verder kan een (jonge) parasiet zich met het openbaar vervoer verplaatsen van de ene gastheer naar de volgende: Hij ontwikkelt zich er verder niet, maar laat zich lekker lui transporteren. Bekendste vervoerder is natuurlijk de vlieg die van poep naar poep en dan weer naar eten vliegt. Maar ook groenten waar poep/mest op terecht is gekomen kan bij onvoldoende afspoelen of verhitten meehelpen dat de parasiet bij de volgende gastheer binnenkomt. We noemen deze vervoerders VECTOREN.

Soms komt een jonge parasiet terecht in een gastheer waar ie de weg niet kent, of een gastheer die niet opgegeten wordt. De larve blijft dan "hangen" in het verkeerde lijf en kan zich niet tot volwassene ontwikkelen. Het vervelende is echter dat zo’n jonge parasiet de toevallige gastheer flink ziek kan maken.

De CYCLUS van TOXOPLASMA

Dierenkliek Dennenoord Toxoplasmacyclus M. Cornelissen

 

1 en 1A: De cyclus rondom de kat.

De kat is de eindgastheer en dus de centrale figuur in de levenscyclus van Toxoplasma. In de kat wordt Toxoplasma "volwassen" en gaat "eitjes" (oöcysten) produceren. Via de ontlasting van de kat komen deze in de leefomgeving van de kat terecht (tot 10 miljoen per kat per dag).

Rondscharrelend naar eten krijgen de prooidieren van de kat (vogels, knaagdieren) de eitjes binnen. Ze "komen uit" en de larven nestelen zich in spierweefsel en hersenweefsel.

De kat besmet zich door het opeten van besmette prooidiertjes.

In de hersenen blijkt Toxoplasma het van nature voorzichtige, actieve gedrag van de prooidiertjes te veranderen in trager gedrag. Dit is een geweldige evolutieve "vondst": Een kat zal zo eerder een besmet prooidier vangen en zichzelf besmetten met de larven. De ontwikkeling gaat verder en er worden weer nieuwe oöcysten gevormd die via de poep in de omgeving terecht komen. Enzovoort, enzovoort. De cyclus en dus de vermeerdering van de parasiet blijft zo oneindig doorlopen.

OF NIET???

Een kat bouwt na een toxoplasma-besmetting weerstand op.Gevolg: In haar hele leven is een kat slechts 2-3 weken besmettelijk voor haar omgeving!!!! Vooral jonge katten horen tot de verspreiders.De rol van de individuele kat bij de verspreiding van Toxoplasma is weliswaar essentieel , maar tegelijkertijd ook zeer beperkt als rechtstreekse besmettingsbron van de mens.

2: De besmetting van de mens.

De mens besmet zich door oöcysten op te nemen uit z’n omgeving of door het opeten van de "larven" die zich genesteld hebben in vlees.

Eenmaal in de poep van de kat terecht gekomen moeten de oöcysten nog zo’n 2-5 dagen rijpen voordat ze iemand kunnen besmetten.Als je dus dagelijks de drollen uit de kattenbak haalt, maak je de kans op succesvolle besmetting met oöcysten een heel stuk kleiner!!!In de natuur kunnen de oöcysten ruim een jaar overleven: Zodoende kan een kat in die korte periode dat ze oöcysten uitscheidt met de poep zandbakken en moestuinen met miljoenen oöcysten besmetten.

Hier hebben we dan ook de tweede belangrijkste besmettingsbron voor de mens: Ongewassen handen na tuinieren e.d. en onvoldoende afgespoelde groenten uit de volle grond kunnen besmet zijn met Toxoplasma-oöcysten.(Ook met diverse andere ziekteverwekkers trouwens!)

Niet alleen de prooidieren van de kat kunnen besmet raken met Toxoplasma, maar ook onze eigen "prooidieren". Alle warmbloedige dieren zijn vatbaar voor de parasiet: Schapen, varkens en wild zijn wel de belangrijkste voor ons als besmettingsbron.
Vooral dieren die contact kunnen hebben met katten op stal en biologisch gehouden dieren zijn duidelijk vaker besmet (USA: Biologische varkens ruim 20x vaker besmet!). Biologisch vlees bevat sowieso vaker ziekteverwekkers, dus moet in de keuken met extra grote hygiëne verwerkt worden!

Door te koken of te bakken sterft Toxoplasma in ons voedsel af. Onvoldoende verhit of rauw vlees (lam!!! Varken, filet americain!) is dan ook de belangrijkste besmettingsbron voor de mens!!!!

Vegetariërs zijn duidelijk minder vaak besmet (!).Het voorkomen van besmetting bij mensen hangt ook voor een belangrijk stuk samen met hun eetgewoonten (rauw of seignant gebakken vlees, hamburgers) en levensstandaard (hygiëne) : In Scandinavische landen en Engeland is de besmettingsgraad overwegend laag (10-15%), richting het zuiden toe neemt het sterk toe (Frankrijk, filet americain/ Italie, salami : 55%; Jordanië tot 90%).
In de diepvries sterft de Toxoplasma in het vlees af.

Het al dan niet hebben van een kat speelt nauwelijks een rol! Zelfs als een kat oöcysten uitscheidt in haar ontlasting, dan nog zijn ze niet terug te vinden in haar vacht. Aaien en knuffelen zijn dan ook geen risico.
Met andere woorden: De mens wordt zonder directe tussenkomst van de kat besmet.

Er is een duidelijke relatie met leeftijd en het hebben van antistoffen: Het neemt toe met het klimmen van de jaren en bereikt het maximum rond 40 jaar oud.De laatste jaren neemt het aantal mensen met antistoffen tegen Toxoplasma af. Aan de ene kant natuurlijk een goed teken, maar het betekent ook dat er meer mensen zijn die niet beschermd zijn!
Met een bloedonderzoek is eenvoudig te bepalen of uzelf (of uw kat) antistoffen heeft.

3: Toxoplasma en zwangerschap.

Op z’n weg door het lichaam kan Toxoplasma ook de ongeboren vrucht in de baarmoeder bereiken; zowel bij de mens als bij z’n andere gastheren.
Bij vrouwen zonder antistoffen tegen Toxoplasma die tijdens de zwangerschap een besmetting doormaken, raakt in 20-50% van de gevallen de vrucht besmet, met de schadelijke gevolgen van dien. De meest gevoelige periode ligt tussen 2 en 6 maanden.

Als een mens of dier beschermd wordt door antistoffen in het bloed tegen Toxoplasma is die besmetting van de ongeboren vrucht normaal gezien niet meer mogelijk.

Bij alle diersoorten leidt een besmetting van de ongeboren vrucht mogelijk tot miskramen, doodgeboortes, hersenafwijkingen en oogafwijkingen.
Europa: 1-10 op 10.000 baby’s bij de geboorte besmet, 1-2% ontwikkelt later leerstoornissen, bij 4-27% oogproblemen (meestal 1 oog aangetast).
Niet alleen i.v.m. Toxoplasma, maar evt. ook i.v.m. andere infecties, spelen hygiëne-maatregelen de hoofdrol bij het voorkomen van infecties tijdens de zwangerschap (maar ook daarbuiten):
 

* Blijf liever uit de buurt van de kattenbak. Dagelijks drollen eruit, handen wassen.
* Tuinieren met handschoenen.
* Grondig handen wassen zeker voor het eten.
* Strikte keukenhygiëne (groenten goed afspoelen, pas op met rauw, vers vlees, geen sla snijden op het vleesplankje of met het vleesmes, handen wassen na vleescontact.
* Eet geen (lams)vlees dat niet door en door verhit is. Let op met rauwe (geiten)melkprodukten.

4. De ZIEKTES veroorzaakt door TOXOPLASMA

De problemen die Toxoplasma kan veroorzaken tijdens de zwangerschap zijn in het voorgaande kopje behandeld.
Toch kan Toxoplasma meer narigheid veroorzaken.

VOOR TOXOPLASMA GELDT HETZELFDE ALS VOOR ANDERE INFECTIEZIEKTEN: NIET IEDERE BESMETTING HOEFT TOT ZIEKTE TE LEIDEN!

Zogauw een infectie het lichaam binnendringt wordt meteen het hele afweersysteem gemobiliseerd, dat in de meeste gevallen de indringer onschadelijk maakt of indamt: De infectie verloopt (vrijwel) symptoomloos.
Vaak is er hooguit sprake van wat koorts en/of opgezette (hals)lymfeknopen: Helemaal niet typisch dus.
De ergere ziekteverschijnselen zie je bij individuen met een verminderde ziekteweerstand: Heel jong of heel oud, chemokuurpatiënten, Aids-patiënten.
Heel vaak gaat het dan niet om nieuwe besmettingen, maar juist om reeds bestaande besmettingen die reactiveren. (Dus ook hier gaat de kat weer vrijuit).
Hier zien we dan: Algemeen zwaar ziek zijn, de zwangerschapsproblemen en hersenontsteking.

dierenkliniek dennenoord toxoplasma in hersenen 1dierenkliniek dennenoord toxoplasma in hersenen 2

Toxoplasma kan ontstekingshaarden in de hersenen veroorzaken

Bij de KAT verloopt de besmetting ook meestal zonder symptomen. In geval van ziekte zien we vooral weinig specifieke ziekteklachten: Koorts, algemeen ziek zijn, longontsteking, leverontsteking, oogontsteking, hersenontsteking. Soms opgezette lymfeknopen of maagdarmproblemen. En uiteraard ook de vruchtbaarheidsproblemen.
De diagnose is niet makkelijk.

TOXOPLASMA EN GEDRAGSPROBLEMEN:

Dit item haalt op het moment graag de pers.

Zoals hierboven beschreven lijkt Toxoplasma in de hersenen van de tussengastheren (muizen) het gedrag te beïnvloeden naar minder waakzaam.
Recente onderzoeken bij beperkte groepen mensen lijken te laten zien dat er verschillen zijn tussen besmette en niet besmette mensen in gedrag. Vooral op het gebied van reactiesnelheid, maar ook op het gebied van sociaal gedrag.
Hoewel zeer sensationeel, moeten we ons goed realiseren dat deze onderzoeksresultaten statistisch gezien niet erg hard zijn: De aantallen onderzochte mensen zijn nog onvoldoende groot geweest om met zekerheid het veronderstelde oorzakelijke verband te kunnen leggen!
De uitkomsten roepen echter wel om vervolgonderzoeken!

VOORLOPIG ECHTER:

GENIET MET VOLLE TEUGEN VAN HET GOEDE GEZELSCHAP VAN UW KAT, WERK HYGIËNISCH IN DE KEUKEN, PAS OP MET RAUW VLEES EN …….. HANDJES WASSEN!!!

Gebruikte literatuur:

  • The Cat Group: Policy Statement , Cats and Toxoplasmosis, 2006, 2009.
  • R.E. Gilbert et al: Sources of toxoplasma infection in pregnant women: European multicentre case-control study, BMJ 2000.
  • WHO: Newsletter nr.65, Sept. 2000: Sources of toxoplasma infection in pregnant women
  • A.M. Assadi-Rad et al: Risk factors associated with transmission of Tox. Gondii to sows kept in different management systems in Tennessee, Vet. Parasitology april 1995.
  • L. Jeffrey et al: Toxoplasma gondii infection in the USA: Seroprevalence and risk factors, American Journal of epidemiology, 2004.
  • Davies et al: Seroprevalence of Toxoplasma gondii and Trichinella spiralis in finishing swine raised in different production systems in North Carolina, USA, Prev.Vet.Med. juli 1998.
  • M.C. Roghmann et al: Decreased seroprevalence for Toxoplasma gondii in Seventh Day Adventists in Maryland, Am. Journal of Trop. Med, and Hygiene, 1999.
  • M.R.H. Taylor et al: Community study of toxoplasma antibodies in urban and rural schoolchildren aged 4 to 18 years, Archives of Disease in Childhood, nov. 1997.
  • P.A. Jenum et al: Prevalence of toxoplasma gondii specific immunglobulin G antibodies among pregnant woman in Norway, Epidemiology and Infection, 1998.
  • N.F. Jumaian: Seroprevalence and risk factors for Toxoplasma infection in pregnant women in Jordan, East Mediterr. Health Journal, 2005
  • M. Horzinek et al.: Krankheiten der Katze, 2003