Plasproblemen

Normaal gezien is een kat goed zindelijk en doet z'n behoeften op een kattenbak of buiten. Dit gedrag wordt door de moederpoes aangeleerd.
Plasproblemen zien we vaker bij katers dan bij poezen.
Abnormaal plasgedrag dat onze aandacht behoeft is: Niet kunnen plassen/vaak en of moeizaam plassen, buiten de bak plassen en sproeien als een kater.

Moeilijk of niet kunnen plassen.

Blaasontsteking komt regelmatig voor en uit zich door vaak en met kleine beetjes te plassen. U zult vaak intensief gegraaf horen in de kattenbak en de kat zal met een "moeilijk gezicht" op de bak zitten. Soms treft u in de bak een klein, bloederig plasje aan. Katten met blaasontsteking hebben ook de neiging om op vreemde plaatsen te gaan plassen, net alsof ze ons hun probleem onder de aandacht willen brengen.
Blaasontsteking wordt zelden door bacteriën veroorzaakt (10% van de gevallen). Katten hebben gemiddeld genomen sterk geconcentreerde urine waarin bacterien nauwelijks kunnen groeien. Bacteriële blaasontsteking zien we dan ook vooral bij oudere katten en nierpatiënten.

dk dennenoord blaassteen

Blaassteen (zie pijl)

In minder dan een derde van de gevallen spelen blaasstenen of blaasgruis (kleine kristalletjes) een rol: De blaaswand raakt geïrriteerd en de kat heeft voortdurend het gevoel dat ie moet plassen. Bij katers is de urinebuis trechtervormig en vaak lopen de steentjes, vaak vermengd met slijm, daarin vast: Plots kunnen ze niet meer plassen, hebben veel pijn door de sterk overvulde blaas en omdat de bloedzuivering door de nieren stagneert worden ze snel doodziek. Dit is levensbedreigend en dus een absoluut spoedgeval!!!.
Uit recent onderzoek is gebleken dat de diagnose blaasgruis vaak ten onrechte gesteld wordt! Katten hebben hun oorsprong in woestijngebieden en hebben nog steeds de nieren van een woestijnbewoner: Ze produceren sterk geconcentreerde urine. Alleen al als urine afkoelt tot kamertemperatuur ontstaan er kristallen, terwijl die verder eigenlijk niks met het ziekteproces te maken hebben. Het waarnemen van kristallen is alleen relevant bij urine van een laag soortelijk gewicht.
Steeds vaker blijkt een verstopte urineleider te komen door een vastgelopen slijmpropje (waar wel wat kristalletjes in kunnen zitten) of zelfs alleen maar een spastische kramp van de urineleider!

Meer dan de helft van de gevallen van blaasontsteking heeft niet een duidelijke oorzaak. Deze vorm wordt "ideopathisch" genoemd. De kat heeft steeds terugkerende klachten van blaasontsteking zonder dat de oorzaak gevonden wordt. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat blaasontsteking niet alleen maar een probleem met de blaas is. Vaak is er ook een gestoorde communicatie tussen urineblaas en hersenen: Gevoelsprikkels uit de blaas komen uitvergroot in de hersenen terecht. Een licht gevulde blaas voelt dan aan als vol.

Toch is vaak de eerste stap in de behandeling zorgen dat ze meer vocht op gaan nemen! In combinatie met een pijnstiller komen we al een heel eind. Blaasklachten vormen dus een ingewikkeld ziektecomplex, waar stress en andere lichamelijke problemen ook een rol in spelen.  Tegenwoordig spreekt met van het Pandora Syndroom.
Hierdoor is het zowel voor dierenarts als eigenaar op z'n zachtst gezegd een uitdagende aandoening.

In het uiterste geval kunnen we bij katers een penisamputatie uitvoeren, zodat de smalle trechtervorm er niet meer is.
Gelukkig is dat met de huidige behandelingsprotocollen nauwelijks nog nodig.

BUITEN DE BAK PLASSEN EN SPROEIEN.

Buiten de bak plassen kan door blaasontsteking komen, maar kan er ook op wijzen dat de kat psychisch niet goed in z'n vel zit.
Het kan zijn dat de kattenbak hem niet aan staat: Korrels met geur, bak onvoldoende schoon gemaakt, kattenbak met dak erop, de plaats van de bak bevalt niet.
Ook als er meer katten in huis zijn kan een kat gestresst raken door de onderlinge sociale verhoudingen. Een huiskat is immers van nature een eenling. Meer bakken plaatsen kan dan een oplossing zijn.
Ook veranderingen binnen het gezin of problemen met buurtkatten om het huis kan het plasgedrag beïnvloeden!
Het meer ophouden van het plassen kan tot blaasontsteking leiden. In het uiterste geval kan een kat zo van streek raken dat door een kramp van de urineleider plassen onmogelijk wordt. Snel optreden is dan belangrijk, want de normale bloedzuivering stagneert en als de blaas te lang overvuld is kan hij achteraf verlamd raken of zelfs scheuren.
Binnenkatten kunnen gefrustreerd raken in het uiten van hun natuurlijke gedrag, wat ook weer kan leiden tot blaasklachten en afwijkend plasgedrag.

Sproeien is normaal kattengedrag om het territorium af te bakenen. De kat gaat met z'n achterste naar een voorwerp staan, de staart gaat trillend loodrecht omhoog , hij trappelt op z'n achterpootjes en sproeit een straaltje urine met de bekende fijne geur.
Dit gedrag wordt aangestuurd door de mannelijke hormonen en komt dan ook veel voor bij intacte katers. Toch kan dit gedrag bij alle katten voorkomen.
Jonge katers die beginnen te sproeien moeten z.s.m. gecastreerd worden. Bij fokkaters kan het gedrag gestuurd worden met de kattenpil of anti-hormoon implantaten. Dit leidt wel tot tijdelijk verminderde vruchtbaarheid.
Helaas kunnen dus ook gecastreerde katers en gesteriliseerde poezen (weer) gaan sproeien. O.a. door overdreven territoriumgedrag in meerkattenhuishoudens of door de aanwezigheid van vreemde katers rond het huis. Ook kan de aanwezigheid van een krolse poes de weggesneden lusten weer opwekken.
Sproeien is dus over het algemeen een signaal dat de kat zich minder veilig voelt in z'n omgeving en als het ware zijn territorium met zwaardere middelen dan kopjes geven wil afbakenen.

Als plasproblemen uiting zijn van gedragsproblematiek, dan kan naast het doorvoeren van veranderingen in de omgeving ook het gebruik van kattenferomonen helpen. Deze feromonen zijn geurstoffen die de kat tegen voorwerpen wrijft bij het kopjes geven. Wij ruiken ze niet, maar de kat wel en het geeft ze een veilig, huiselijk gevoel. Deze feromonen zijn verkrijgbaar in sprayflacons of als verdampers voor in een stopcontact (Feliway®). Het effect is weliswaar wat wisselend, maar de moeite van het proberen waard.
De laatste jaren hebben we betere resultaten met bepaalde voedingssupplementen die een angstdempend effect hebben, zonder de nadelen van de echte psychofarmaca ("Prozac-achtigen").
Echte probleemgevallen kunnen hier veel baat bij hebben.

Uiteindelijk kom je meestal uit op aanpassingen in de leefomgeving gecombineerd met medicatie: De zgn omgevingsverrijking.